Architectuurfotografie
Architectuurfotografie vereist inzicht in ontwerp, ruimtelijke werking en context. Als architect en fotograaf benadert Miel Wijnen architectuur analytisch en zorgvuldig. De fotografie is gericht op het zichtbaar maken van ruimtelijke kwaliteit, los van stijl of periode.

Architectuur na 1900
De twintigste eeuw bracht een grote diversiteit aan architectuuropvattingen voort — van modernisme en brutalisme tot postmodernisme en hedendaagse bouw. De fotografie richt zich op het zichtbaar maken van de ruimtelijke en constructieve logica achter het ontwerp, ongeacht stijl of schaal.

Bossche School
Voor Miel Wijnen is deze traditie meer dan een fotografisch onderwerp. Zijn vader, architect Gerard Wijnen, werkte vanuit dezelfde grondslagen. Het plastisch getal — het maatstelsel dat Van der Laan ontwikkelde als basis voor ruimtelijke verhoudingen — is voor hem geen theorie maar een vertrouwd instrument, van kinds af aan meegekregen en in de eigen architectuurpraktijk verder ontwikkeld. Die vertrouwdheid met de onderliggende logica maakt het kijken naar Bossche School-architectuur tot iets wezenlijk anders dan documenteren van buitenaf.

Architectuur vóór 1900
Historische architectuur onthult zich zelden in één oogopslag. Romaanse kerken, gotische kathedralen, renaissancepalazzi en classicistische stadspaleizen zijn gebouwd op een ruimtelijke logica die vraagt om geduldig kijken. De fotografie richt zich op proportie, gelaagdheid en de opeenvolging van ruimten — de sequentie die de bezoeker door het gebouw leidt en die in een stilstaand beeld zichtbaar gemaakt kan worden.

Barokarchitectuur
Barokarchitectuur wordt vaak gezien als overdaad — een wereld van ornament, beweging en theatraal vertoon. Maar achter die rijkdom gaat een krachtige ruimtelijke logica schuil. De kennis van de structurele opbouw van de muziek van Johann Sebastian Bach maakte het mogelijk om binnen de ornamentiek de onderliggende compositie te herkennen. Die spanning tussen expressie en orde, tussen rijkdom en structuur, vormt de invalshoek van waaruit deze architectuur wordt gefotografeerd.

Stads- en dorpsgezichten
Gebouwen staan nooit alleen. Een stad of dorp is een optelsom van eeuwen bouwen, slopen en verbouwen — een weefsel waarin oud en nieuw, groot en klein elkaar voortdurend beïnvloeden. De fotografie richt zich op die samenhang: de straat als ruimte, het plein als middelpunt, de gevel als gezicht naar de buitenwereld. Van de historische binnenstad tot het hedendaagse stadslandschap, in Nederland en ver daarbuiten.

Details en architectonische elementen
Details vertellen het verhaal dat het geheel niet kan vertellen. In de profilering van een lijst, de textuur van een muur of de manier waarop een trap de ruimte articuleert, ligt de eigenlijke kwaliteit van een gebouw besloten. Maar soms reikt een fragment verder — en toont het in één beeld de verhouding tussen deel en geheel, tussen constructie en ruimte, tussen materiaal en licht.